LRKC Onderzoek II - Het ritme waarop Nederland werkt
# 16-06-2009 | Door: Redactie Leefritme
Met dit onderzoek willen we inzicht krijgen in het ritme waarop Nederland werkt en wat de verwachtingen zijn voor de toekomst. We hebben vooral gekeken of bedrijven hun werknemers in staat stellen hun individuele leefritme te volgen door bijvoorbeed het invoeren van flexibel en mobiel werken en het ter beschikking stellen van ICT middelen zoals een smartphone of laptop.
De vragen die in dit onderzoek aan de orde komen zijn: wat is de houding van ondernemers ten opzichte van faciliteren van het leefritme dat het beste past bij de werknemer? Hoe kijken de ondernemers zelf aan tegen mobiel werken en wat is hun houding ten opzichte van nieuwe technologieën die dat mogelijk maken? En welke strategieën worden toegepast om flexibel werken mogelijk te maken?Leefritme en bedrijfsleven
Uit onderzoek 1 kwam naar voren dat ons leefritme in grote mate bepaald wordt door hoe we omgaan met taken die we als verplicht ervaren, die prestatiegericht zijn en vaak met ons werk te maken hebben. Bewuster nadenken over je werkritme is een eerste stap om inzicht te krijgen in je leefritme en het leefritme van de werknemers in de onderneming.
Het leefritme van een ondernemer blijkt nauw verbonden te zijn aan het leefritme van zijn bedrijf. Ondernemers en mensen op hogere posities hebben vaak een hoog werkritme om zo ook de andere werknemers in het bedrijf te stimuleren. Dat hoge tempo is ook noodzakelijk om innovatief en competitief te blijven en zorgt ervoor dat ondernemers en ICT beslissers vaak aangeven dat hun werkritme soms te hoog is, te veel druk oplevert en dat er weinig balans wordt gevonden met het privéleven. Men heeft het gevoel ‘eight days a week’ te werken.
Uit het onderzoek blijkt verder dat men het gevoel heeft dat dit hoge werkritme en de bijbehorende stress alleen nog maar toe zal nemen. Bovendien trekt de toenemende vraag naar meer creativiteit een wissel op de traditionele werktijden. Creativiteit kan immers niet altijd binnen de traditionele kantooruren bewerkstelligd worden. Maar ook de files en de huidige economische crisis dwingen ondernemers om te experimenteren met andere - minder traditionele - werktijden.
De noodzaak en de vraag naar mobiel werken, zoals ook uit onderzoek 1 is gebleken, wordt steeds groter.
Hoe gaat het bedrijfsleven hiermee om?
De mogelijkheid om mobiel te kunnen werken is in eerste instantie natuurlijk afhankelijk van het soort werk.
Er zijn daarbij twee factoren van belang:
- de mate waarin werk plaatsgebonden is
- de noodzaak om met een team fysiek samen te moeten zitten
Zo is het voor kenniswerkers en creatieve beroepen veel makkelijker om mobiel werken mogelijk te maken dan voor een bedrijf waar veel werknemers gebonden zijn aan ‘onverplaatsbare’ machines.
Daarnaast zijn er ook ‘subjectieve’ gevoelens die de mobiliteit van een bedrijfscultuur bepalen. Als een ondernemer zelf positieve ervaringen heeft met flexibel en mobiel werken verwacht hij dat ook van zijn personeel. De mogelijke veiligheidsrisico’s van het bedrijfsnetwerk en de negatieve gevolgen voor het imago van het bedrijf speelt daarbij voor hem of haar ook een belangrijke rol.
Opmerkelijk resultaat uit het onderzoek is dat het invoeren van mobiel werken meestal een ‘alles of niets’ beslissing is. Als een ondernemer besluit mobiel werken toe te staan, dan geldt dat direct voor alle werknemers. Als de ondernemer negatief beslist, dan geldt ook dit voor alle werknemers. Er lijkt nog weinig ruimte te zijn voor meer individuele oplossingen.
Technologische middelen
Het belang dat ondernemers hechten aan technologische hulpmiddelen die kunnen bijdragen tot meer mobiliteit is relatief laag. Dat komt omdat men het gevoel heeft dat ze in een overgangsfase zitten. De overgang naar nieuwe vormen van werken is nog niet in heel veel bedrijven doorgevoerd, men heeft een afwachtende houding. Ondernemers zijn onzeker over de toegevoegde waarde van deze middelen, zijn bang de controle te verliezen, denken de teamspirit kwijt te raken als veel mensen thuis werken en twijfelen over de kostenbesparing die dit met zich mee brengt.
Het belang dat men hecht aan laptops en mobiel internet is een goede indicator van de bereidheid tot invoering van mobiel werken. Uit het onderzoek blijkt dat vaste computers op kantoor vrij belangrijk zijn, maar de laptops winnen aan populariteit. Meer dan de helft van de ondernemers vindt het belangrijk om zelf een laptop te hebben. En die positieve mindset ten opzichte van laptops duidt op een eerste stap naar mobiel werken. De persoonlijke ervaring van de ondernemer blijkt ook hier erg belangrijk te zijn. Mobiele telefoons worden als onmisbaar beschouwd door een ruime meerderheid van de ondernemers. Smartphones en internet op je mobiel en de mogelijkheid om mobiel te emailen daarentegen worden door 69 procent van de ondernemers als niet belangrijk beschouwd, niet voor zichzelf en ook niet voor de onderneming. Vaste telefonie blijft een vaste waarde voor ondernemers, ook in de toekomstverwachting.
Geloof in mobiel werken
35 procent van de ondernemers gelooft niet dat mobiel werken tot een hogere productiviteit kan leiden. Zo’n 60 procent van de ondernemers en ICT beslissers gelooft ook niet dat het kostenbesparend werkt. Over de tijdsbesparing is wel een grote meerderheid het eens. Ondernemers begrijpen heel goed dat mobiel en flexibel werken er voor zorgt dat er minder tijd verloren wordt aan files. Een kleine minderheid van de werkgevers ziet wel in dat werknemers in het bedrijf gelukkiger worden als ze de mogelijkheid krijgen om flexibel en mobiel te werken, en dat het bedrijf als werkgever daardoor ook aantrekkelijker wordt.
De toekomst
De twijfel ten opzichte van mobiel werken zal snel veranderen. Jongeren en kenniswerkers aanvaarden niet langer dat de werkgever hen de toegang ontzegt tot internet of mobiele applicaties. Zij vinden het ook niet meer dan normaal dat ze een laptop krijgen van hun werkgever. Deze veranderende mentaliteit bij een nieuwe generatie werknemers, de toenemende druk van de files en de groeiende mogelijkheden op technologisch gebied dwingen de werkgevers om veranderingen door te voeren. Het is niet langer meer de vraag of die veranderingen er komen, maar eerder wanneer ze komen.
De beste manier
De noodzaak om mobiel en flexibel werken mogelijk te maken (om op die manier een beter leefritme voor de werknemers te faciliteren) is duidelijk. Maar wat is de beste manier? Voor ieder bedrijf zal dat een andere aanpak vergen. De mogelijkheden en houdingen tegenover mobiel werken verschillen immers per bedrijf maar ook per werknemer.
We onderscheiden 4 verschillende groepen ondernemers en ICT specialisten, die ieder een andere houding ten opzichte van flexibel werken en de openheid ten opzichte van hulpmiddelen hebben:
- De Conservatieven: zien mobiel werken niet zitten en vinden mobiele hulpmiddelen niet belangrijk. Deze groep houdt vast aan vaste werkuren en vaste werkplekken omdat ze verwachten dat dit de meest tevreden werknemers oplevert.
- De Geconnecteerden: vinden de nieuwe manier van werken niet belangrijk, maar staan wel open voor mobiele hulpmiddelen. Ze geloven niet meteen dat werknemers zich meer tevreden voelen als ze mobiel en flexibel kunnen werken maar staan wel open voor de wensen van werknemers.
- De Flexibelen: staan positief tegenover mobiel werken maar staan niet open voor mobiele hulpmiddelen. Ze geloven sterk dat werknemers gelukkiger worden als ze zelf hun tijd mogen indelen. Zolang het werk maar gedaan wordt, dat is hun opvatting. Smartphones en mobiel internet vinden ze echter nog niet nodig.
- De Flexibele Geconnecteerden: zijn erg gebrand op flexibiliteit en maken graag gebruik van mobiele technologie. Ze geloven sterk dat flexibel en mobiel werken het leefritme van henzelf, van de werknemers en van het bedrijf positief kan beïnvloeden. Moderne hulpmiddelen worden aangewend om creatiever en productiever te kunnen zijn.
Opvallend is dat er veel ondernemers horen tot de groep die ofwel de technologie ter beschikking heeft maar flexibel en mobiel werken nog niet hebben doorgevoerd (de Geconnecteerden) ofwel tot een groep die openstaat voor flexibel en mobiel werken maar die daarvoor nog geen technologie ter beschikking heeft of stelt (de Flexibelen). Een verklaring zou kunnen zijn dat de maatschappij zich duidelijk in een overgangsfase bevindt waarbij ondernemers nog twijfelen omdat ze niet genoeg voorbeelden zien in hun eigen omgeving.
Respect voor het leefritme van werknemers
Vrijwel alle ondernemers begrijpen dat het vaak lastig is om werk en privé te combineren. Het zijn met name de Flexibele Geconnecteerden en de Flexibelen die hier aandacht aan willen besteden zodat hun werknemers zich gelukkiger kunnen voelen. Conservatieven en Geconnecteerden zien die problemen als een vaststaand gegeven dat niet direct op te lossen is.
Opmerkelijk is dat bij grotere bedrijven meer aandacht is voor het evenwicht tussen werk en privé. Bij kleinere bedrijven is de vraag van werknemers voor meer evenwicht veel minder aanwezig omdat men zich vaak nauwer betrokken voelt bij het bedrijf.
Samenvattend kunnen we concluderen dat het een kwestie van tijd is voordat op grote schaal mobiel en flexibel werken ingevoerd zal worden. Ondernemers kijken er vanuit hun persoonlijke ervaring verschillend tegenaan. De nieuwe generatie werknemers en de maatschappelijke ontwikkelingen eisen echter dat het bedrijfsleven zich aan zal passen aan de nieuwe omstandigheden. De bedrijven die daarvoor openstaan, zullen aantrekkelijker worden als werkgever. Ieder bedrijf zal afzonderlijk moeten analyseren wat voor hen de mogelijkheden zijn en wat de specifieke wensen van de werknemers zijn. In deze overgangsfase zijn vooral de persoonlijke ervaringen en de instelling van de ondernemers en ICT beslissers nog van grote invloed op het wel of niet faciliteren van een beter leefritme voor werknemers.


